1.13 Schorsing en einde dienstverband

1.13.1 Schorsing

  1. Werkgever kan medewerker in die gevallen dat er sprake is van zodanig ernstige redenen, dat voortzetting van de werkzaamheden door medewerker naar het oordeel van werkgever niet langer verantwoord is, voor maximaal vijf dagen schorsen; dit geschiedt met behoud van salaris, met uitzondering van de onkostenvergoeding en ter beschikking gestelde bedrijfsauto en overige bedrijfsmiddelen.
  2. Medewerker wordt zo spoedig mogelijk over de redenen van de schorsing.
  3. Indien voortzetting van de schorsing naar het oordeel van werkgever noodzakelijk is, kan werkgever medewerker op non-actief stellen; dit geschiedt met behoud van salaris, met uitzondering van de onkostenvergoeding en beschikbaar gestelde

1.13.2 Einde dienstverband

Indien medewerker het dienstverband voor (on)bepaalde tijd wil beëindigen, dan moet de opzeg- termijn zoals vermeld in de arbeidsovereenkomst in acht worden genomen. Tijdens de proeftijd geldt géén opzegtermijn. Medewerker overlegt zelf met de manager/teamleider en dient een ontslagaanvraag in via e-mail of per brief naar RPS.personeelszaken@tetratech.com en pas na ontvangstbevestiging en akkoord van werkgeverszijde is het ontslag van kracht.

Een dienstverband voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege door het verstrijken van de genoemde periode, zonder dat opzegging door medewerker vereist is. Werkgever is gehouden aan een aanzegtermijn van minimaal een maand voor het einde conform wettelijke bepalingen, waarbij de voortzetting of beëindiging schriftelijk moet worden bevestigd aan medewerker. Een contract voor bepaalde tijd kan tussentijds worden opgezegd, met inachtneming van alle voorschriften, zoals vooraf in het contract een opzegtermijn vastleggen.

Werkgever dient te allen tijde de wettelijke voorschriften omtrent beëindiging van een dienstverband in acht te nemen:

  • Werkgever kan de arbeidsovereenkomst beëindigen als daarvoor een zogenaamd redelijke grond bestaat en herplaatsing (al dan niet met behulp van scholing) binnen een redelijke termijn niet mogelijk is (zie artikel 7:669 BW). Hiervoor dient, afhankelijk van de ontslaggrond, een procedure te worden gestart bij de kantonrechter of het UWV. In beide procedures zal medewerker in de gelegenheid worden gesteld verweer te voeren.
  • Werkgever kan het dienstverband zonder tussenkomst van de kantonrechter of het UWV beëindigen, indien daarvoor een dringende reden bestaat zoals bedoeld in de artikelen 7:677, 7:678 en 7:679 BW, waarbij medewerker onverwijld van die reden in kennis dient te worden gesteld (ontslag op staande voet). Als medewerker het niet eens is met het ontslag op staande voet, moet medewerker binnen twee maanden na het ontslag de kantonrechter verzoeken het ontslag te vernietigen.
  • Werkgever kan de arbeidsovereenkomst bovendien opzeggen per of na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd zonder zich tot de kantonrechter dan wel het UWV te hoeven wenden. Bij een opzegging na de AOW-gerechtigde leeftijd geldt een opzegtermijn van één