Medewerkers behoeven op dagen waarop zij geacht worden hun religieuze verplichtingen uit te oefenen, geen arbeid te verrichten indien zij dit niet wensen. Wanneer op deze dagen vrij genomen wordt, worden die dagen in mindering gebracht op de vakantiedagen, met uitzondering van de dagen genoemd in lid d. Een en ander dient bij aanvang van het kalenderjaar aan werkgever bekendgemaakt te worden.