Medewerker ontvangt het salaris in de laatste week van de desbetreffende maand. Uitbetaling vindt plaats door middel van storting op de bankrekening van medewerker.
De periode voor berekening van de vakantietoeslag loopt van 1 juni tot en met 31 mei van het daaropvolgende jaar. De medewerkers hebben over het lopende jaar aanspraak op een vakantie- toeslag van 8% van de som van de vanaf 1 juni ontvangen bruto maandsalarissen. De uitbetaling geschiedt eenmaal per jaar, te weten eind mei, of bij beëindiging van het dienstverband naar rato. Over de overwerkvergoeding tegen 100% die via de loonstrook wordt uitbetaald wordt in de lopende maand ook 8% vakantietoeslag uitgekeerd.
Kostenvergoedingen hoe ook genaamd en omschreven, dienen bij individuele arbeidsovereenkomst te worden geregeld en zijn onderworpen aan het op enig moment geldende belastingregime, rekening houdend met de toegestane onbelaste vergoedingscomponenten. Werkgever zal zich conformeren aan het op enig moment geldende belastingtarief. De eventueel daaruit voortvloeiende fiscale consequenties zijn voor rekening van of komen ten goede aan medewerker.
Reiskosten voor woon-werkverkeer en zakelijke reizen met eigen vervoer of OV worden conform de geldende mobiliteitsregelingen vergoed, zie ook het hoofdstuk Mobiliteitsbeleid.
Ten behoeve van uitoefening van de werkzaamheden afhankelijk van de heeft de directie vaste onkostenvergoedingen ingesteld. Onderbouwing van deze onkostenvergoedingen is vereist en toekenning vindt alleen na goedkeuring van leidinggevende plaats. Indien men een onkostenvergoeding heeft, dan geldt er geen thuiswerkvergoeding.
Medewerker wordt na zijn proeftijd opgenomen in de pensioenregeling van werkgever, mits medewerker 18 jaar of ouder is, ook indien medewerker oproepkracht is, waarbij de pensioenpremie achteraf wordt berekend over het aantal gewerkte uren. De regeling wordt omschreven in de bijlage pensioenreglement, die bij deze AAR is gevoegd. Een deel van de premie wordt ingehouden op het brutosalaris van medewerker, het overige wordt door werkgever ingelegd. In de arbeidsovereenkomst is de verdeling werkgever-medewerker vastgelegd.
Bij uitvoering van het reglement worden de geldende fiscale en wettelijke eisen in acht genomen. Aanmelding als deelnemer aan de pensioenregeling wordt verricht door personeelszaken.
Eventuele wijzigingen in burgerlijke staat dienen door medewerker aan personeelszaken te worden gemeld, die vervolgens voor berichtgeving naar de pensioenverzekeraar zorgt.
Als uitbreiding op de pensioenregeling is tevens het WIA-excedent en (vrijwillig) het ANW-hiaat verzekerd. De premie voor deze verzekeringen komt geheel voor rekening van medewerker en wordt met het brutosalaris verrekend conform fiscale bepalingen.
Werkgever heeft sinds januari 2011 een collectieve WGA-gatverzekering afgesloten t.b.v. haar medewerkers. Deze verzekering vult in voorkomende gevallen het inkomensverlies bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid aan. De premie wordt ingehouden op het bruto maandsalaris conform fiscale bepalingen en bedraagt een vast percentage hiervan. In beginsel vindt de verzekering plaats op verplichte basis. Bij bezwaar tegen inhouding dient een afstandsverklaring getekend te worden door medewerker en eventuele partner.
Loonspecificaties worden één keer per maand digitaal ter beschikking gesteld in een persoonlijk webportal, via het e-mailadres dat medewerker aan personeelszaken heeft gemeld. Indien medewerker bezwaar heeft tegen digitale aanlevering, kan dit bij personeelszaken gemeld worden, waarna een loonstrook op papier wordt verstrekt.